De vriend
Drie jaar heb ik eraan besteed,
heb ik geprobeerd jou te leren kennen.
Mijn liefde hield ik steeds gereed
als je naar me toe zou komen rennen.
Een illusie was het, een wens misschien.
Ik had me heilig voorgenomen
niets te laten merken, zodat je zelf zou inzien
dat je altijd naar me toe zou kunnen komen.
Dromen blijven dromen, maar mijn verlangen is een feit.
Ik zou je mijn wereldje eens willen tonen,
met je lachen, met je praten en kunnen zeggen:
Ik wil je niet meer kwijt.
Maar jouw wereld is jouw wereld en de mijne is slechts klein.
Toch is de mijne warmer, er is nagenoeg geen kou.
Ik bedenk waar je zou kunnen zijn
en wil dat je weet dat ik een beetje van je hou.
