Familie
Met z’n vieren vormen we één geheel.
Soms sta je alleen,
heel even maar.
Soms is de band weg,
heel even maar.
Mensen kunnen nooit gelijk zijn,
daarom waren daar die obstakels,
kleine en grote.
Obstakels die het leven tekenden,
het leven op die manier
afwisselend maakten.
Maar obstakels waren er maar heel even.
We hebben veel geleerd met z’n allen,
maar we zullen nog veel moeten leren
met z’n vieren.
Komt er weer een obstakel
en staat één van ons alleen,
dan weet je vanaf het begin meteen;
we zijn met z’n vieren,
en toch zijn we één.
