Geliefde vreemdelinge
Geliefde vreemdelinge,
ik hou van je, al je doen en dingen.
Ik wilde dat je begreep,
maar je bent zo glad als zeep;
Je glijdt tussen mijn vingers door.
Ik kan niet naar je toe om het te zeggen,
want ik moet door struiken en heggen,
over scherpe stenen, kiezels en keien.
Ik hoop dat ik sterk genoeg ben
om dit te kunnen doorstaan
en om door te gaan.
Ik ben nu over de helft,
maar het is niet te merken.
In ieder geval blijf ik vechten en werken
tot de dag wanneer we samen staan,
zij aan zij,
ik en jij.
