Ik en mij (de clown)
Ik ben een nar, ik ben een clown.
Soms weet ik mijn plek niet te vinden,
dan weet ik niet waar ik moet zijn.
Toch laat ik mij niet binden.
Ik ben een nar, ik ben een clown.
Ik ben vrolijk en laat me niet kisten.
Mensen weten niet hoe ik werkelijk ben,
o, als zij eens wisten.
Ik ben een nar, ik ben een clown.
Slechts een enkeling weet hoe ik alles binnenhoud,
slechts een enkeling weet hoe ik ben.
En soms, soms gaat het fout.
Ik ben een nar, ik ben een clown.
Maak grapjes en maak mensen aan ’t lachen.
Het is mijn tweede ik; allemaal nep.
Slechts die enkeling weet
hoe hard ik echte warmte nodig heb.
