Nacht
Het huis rust nu van daagse dingen,
door duisternis omhuld,
door stilte bedekt totdat
morgen de vogels weer gaan zingen.
De mensen, moe van lopen, doen, denken,
liggen nu te zamen
of alleen totdat
morgen de plicht hen weer zal wenken.
Vergetelheid in kleine kamers, geen liefde, geen haat.
Mensen liggen sprakeloos,
verloren in stille duisternis totdat
morgen de tijd weer rustig verder gaat.
