Ochtend
Om half acht werd ik wakker
en dacht: dat is ook weer voor de bakker.
Nachten zijn er om te slapen
zei ik tegen mezelf,
terwijl ik begon te gapen.
Rustig bleef ik zitten
met veel zin om weer te gaan pitten.
Ha, hoofdpijn heb ik niet, dacht ik,
maar ach, stik,
ik had me weer te druk gemaakt.
Het gapen was gestaakt, ik stond op
en met een houten kop wankelde ik
naar de badkamer.
Met koud water doe je wonderen,
daar kwam ik achter,
maar het gedreun in m’n kop werd niet zachter.
