Vreemdeling
Hee vreemdeling, waar ben je geweest,
waar heb je toch gezeten?
Uitbundig vierde men hier feest,
waartegen vocht jij zo verbeten?
Was het tegen de grote, boze wereld,
die jou met de waarheid om de oren sloeg,
jou uit je bescherming heeft gepeld
en je de kroon ontnam die je droeg?
Laat me je eens bekijken,
ach, je lacht alweer.
Laat nu je gevoelens niet zo blijken,
doe dat maar een andere keer.
Je bent een eenling geworden, onbewust misschien,
je voelt je anders dan het hele stel.
Nou, ik heb het hier wel weer gezien,
hou je haaks, ik zie je nog wel.
Hee vreemdeling, mijn deur staat voor je open,
mijn armen zijn open wijd;
waarom toch voorbij gelopen,
aan mij kun je je verhaal heus kwijt.
Kom op, vanavond niet verdrietig zijn,
nee, natuurlijk ben ik het niet vergeten.
Wees vrolijk, neem een glaasje wijn.
Vertel nu eens, waarom kijk je zo verbeten?
