DownTown
Als het feest over is, de nacht overgaat in dag,
als de mensen huiswaarts keren, de straten verlaten,
dan is de wereld even anders dan dat je ‘m gewoonlijk zag
want het is een stuk rustiger, je hebt de mensen in de gaten.
In zo’n nacht liep een man, niet wetend waar te gaan
door stille straten in een stille stad.
Plots hield hij ons met een simpel gebaar tot staan
en vroeg ons hoe of wat.
Onder het mom van een vraag begon hij een gesprek,
om een praatje verlegen, zo belangrijk.
Het was midden in de nacht en ik weet, het klinkt gek,
maar dan is iedereen eventjes gelijk.
Hij zei: “Je had m’n dochter kunnen wezen,
je bent zo jong en zo spontaan.”
Ondertussen meende ik in zijn ogen te lezen
het doelloze van zijn bestaan.
Hij zei: “Ik ben een heer van middelbare leeftijd,
ik had je vader kunnen zijn.
Zal ik je wat vertellen, meid,
het leven is moeilijk en zit vol pijn.”
Toen hij verdrietig, niet kwaad,
met tranen in zijn ogen en een stem heel zacht
vertelde, midden in de nacht, zó op straat:
“Ik spring nog eens in een gracht”
begrepen we hem, maar we stonden stil te wachten.
Met een “de groetjes he” en een tikje tegen m’n kin
liep hij verder in de stille straat,
ons achterlatend vol gedachten,
liep hij verder en vervolgde zijn leven zonder zin.
