Het gedicht
Er is niets bijzonders aan dit gedicht
en misschien tussen al die andere geen gezicht.
Een paar zinnen op wit papier,
geschreven uit louter plezier.
De lezer verwacht iets, een noodkreet misschien,
leest verder of houdt het nu voor gezien.
Een gedicht is een gevoel,
het gevoel van de schrijver,
enkel en alleen gedwongen
door zijn onbedwingbare schrijfijver.
De drang om zijn gevoelens te tonen,
heeft hij altijd al gehad.
Niemand hoeft hem te belonen,
slechts zijn pen volgt zijn levenspad.
Voor een gedicht heeft men alleen het leven nodig,
denkt, vat samen en schrijft; al het andere is overbodig.
Degene die uiteindelijk het dichtwerk leest,
is degene die zelf niet schrijven kan.
Leest dezelfde gevoelens, verwoord door een ander,
beleeft alles nog een keer; woorden houden hem in de ban.
Uitleggen waarom je over bepaalde dingen schrijft,
doe je niet één, twee, drie.
De lezer leest ook anders dan dat ik ze zie.
Voor velen is het gedicht een gunst,
iets wat ze voelen, maar zelf niet kunnen uiten.
Maar dit gedicht is slechts geschreven
uit liefde voor de dichterskunst.
