Jij
Iets zo heel dichtbij,
iets zo heel ver weg.
Het is niet voor mij
maar het bevindt zich op mijn weg.
Ik kan het aanraken als ik wil.
Ik kan er naartoe lopen,
maar ik sta stil.
Ik bewonder, respecteer het,
begrijp en versta het zo goed.
Toch sta ik hier
met bevroren voet.
Iets zo heel ver weg,
maar toch zo heel dichtbij.
Hoor nu wat ik zeg,
liefste, dat ben jij.
