J.M.
Heb je niets geleerd
van het leven
van de mensen.
Heb je het niet gezien
de tempel,
het “zijn”
zonder de grenzen.
Kon je niet bereiken
wat je ’t meeste liefhad,
wat je wilde
zien en begrijpen.
Je dronk van de boeken,
terwijl het
je dorst niet stilde.
Je was jezelf vergeten
het was de spiegel
waarmee je vocht.
Jouw naam
in mijn ziel;
misschien zal ik vinden
wat je zocht.
