Ik maakte eens een wandeling met jou
mijn lieveling, in geuren van seringen.
Kom, laat ons, nu je bent mijn vrouw
weer lopen, langs bekende dingen.
Ik zal je nog eens zeggen hoe ik van je hou,
terwijl dezelfde geuren ons omringen.
Jacobus (Jaap) Mulder, 1912 – 1992
